Onderwaterwereld ontdekken
De Rode Zee is als een reusachtige zoekplaat! 🐢 Hier lees je welke dieren je bijna altijd tegenkomt, welke alleen met geluk — en welke drie regels voor zeeonderzoekers je bij ons leert.
Deze dieren kom je bijna altijd tegen
Op het rif voor Hurghada wachten ze vrijwel elke keer op je. Na twee duiken herken je ze helemaal zelf — en voor elk dier ken je dan zelfs een eigen handgebaar.
Clownvis
Woont in een anemoon en verdedigt zijn huis heel dapper — zelfs tegen duikers die tien keer zo groot zijn. Voor veel kinderen het eerste dier dat ze onder water herkennen.
Papegaaivis
Knalbont en met een snavel waarmee hij koraal afknabbelt. En nu komt het: wat er aan de achterkant weer uitkomt, is zand! Een groot deel van de witte stranden aan de Rode Zee was ooit papegaaivisvoer.
Vlindervissen
Ze zwemmen bijna altijd met z’n tweeën en blijven hun hele leven samen. Geel-wit gestreept, met een donkere streep over het oog — die moet rovers in de war brengen.
Kogelvis
Ziet eruit alsof hij nooit haast heeft. Opblazen doet hij zich alleen als hij echt bang is — daarom laten we hem met rust, ook al zou dat vast grappig zijn.
Koralen
Geen planten, maar dieren — piepkleine, die samen een reusachtig rif bouwen. Een rif groeit maar een paar centimeter per jaar. Wat één vinslag kapotmaakt, heeft tientallen jaren nodig om terug te groeien.
Zeekat
De verkleedkunstenaar van het rif: hij verandert in seconden van kleur en patroon. Als je er een ontdekt, heb je echt goed gekeken — de meeste duikers zwemmen er gewoon langs.
De grote ontmoetingen
Die zie je niet elke keer — en juist dat maakt ze zo bijzonder. Wie een schildpad heeft ontmoet, praat thuis nergens anders meer over.
Zeeschildpad
Het liefst boven zeegrasvelden. Laat zich nauwelijks storen — zolang je afstand houdt en er niet achteraan zwemt.
Dolfijnen
Meestal vanaf de boot, als ze naast de boeggolf springen. Onder water kom je ze zelden tegen — maar als het gebeurt, vergeet je het nooit.
Roggen
Blauwgestippelde pijlstaartroggen liggen overdag half verstopt in het zand. Als je langzaam zwemt en goed kijkt, vind je ze.
Octopus
Een meester in verstoppen! Meestal verraadt alleen een oog dat je vanuit een spleet aankijkt hem.
Als er een schildpad langskomt
Ze heeft nooit haast. Heel rustig knabbelt een zeeschildpad aan het rif, zwemt naar boven om adem te halen en komt weer naar beneden. Als je dat van twee meter afstand bekijkt, is al het andere opeens onbelangrijk.
Beloven kunnen we het je niet. Maar we verklappen je een trucje: niet achteraan zwemmen! Blijf op afstand, houd je vinnen stil en laat de schildpad bepalen hoe dichtbij ze komt. Verrassend vaak komt ze dan vanzelf dichterbij — en precies daarom onthoudt iedereen de regel ‘kijken, niet aankomen’.
Wat je beter niet aanraakt
Geen zorgen, de Rode Zee is geen gevaarlijke zee. Maar sommige dieren zijn heel goed gecamoufleerd — en een paar daarvan zijn giftig. Daarom geldt bij ons altijd: niets aanraken.
Steenvis
Ziet eruit als een begroeide steen — en is de giftigste vis ter wereld. Zijn steek doet heel veel pijn. Dus: nergens je hand of knie neerzetten zonder goed te kijken. Je voeten blijven in het water, niet op de bodem.
Koraalduivel
Prachtig, met lange, veerachtige vinnen — en precies daarin zit gif. Hij zwemt niet weg, omdat hij niet bang is. Kijken mag, maar op afstand.
Murene
Kijkt met open bek uit een spleet — dat ziet er gevaarlijk uit, maar zo ademt ze gewoon. Ze bijt alleen als iemand met zijn hand in haar hol grijpt. Dus: handen weg van gaten!
Vuurkoraal
Mosterdgeel met lichte puntjes. Wie het aanraakt, voelt urenlang een branderig gevoel als van een brandnetel. Daarom oefenen we zo veel met zweven — dan kom je er niet eens te dichtbij.
Zee-egels
Wonen vooral in ondiep water. Daarom draagt iedereen waterschoenen als we vanaf de kant het water in gaan.
Kegelslakken
Mooie huisjes die je graag in je zak zou steken — maar sommige hebben een giftige angel. Op het rif blijft alles waar het is. Ook lege schelpen: dat zijn de huizen van morgen.
De regels voor zeeonderzoekers
Kijken, niet aankomen
Voor de dieren, voor het rif — en voor je eigen vingers.
Niets voeren
Vissen die gevoerd worden, vergeten hoe ze zelf eten vinden. Daarom is er op het rif niets te eten — ook niet ‘maar een klein beetje brood’.
Niets meenemen
Geen schelpen, geen koraal, geen zand. Maar alles wat niet in de zee hoort, mag je graag verzamelen — plastic bijvoorbeeld.
Wil je ze zelf zien?
Bij de Bubblemaker snorkel je eerst aan de oppervlakte en duik je daarna 30 minuten met je eigen duikinstructeur. Vanaf de Junior Open Water Diver ga je ook naar de diepere riffen.